Editie Migraine

Hoofdpijnzorg in de huisartsenpraktijk: Diagnostiek en behandeling

Inleiding

Wij zijn Mieke Heitkamp-Van Deursen en Suzanne Geerts-Van den Boogaard, verpleegkundig specialisten van het hoofd- en aangezichtspijn expertisecentrum van het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis (CWZ). In onze dagelijkse praktijk merken we hoe belangrijk goede hoofdpijnzorg is, en hoe essentieel de samenwerking is tussen de eerste- en tweedelijnszorg. Een sterke verbinding tussen deze zorgniveaus maakt het verschil voor patiënten. Tegelijkertijd blijkt, zowel uit onderzoek als uit de praktijk van hoofdpijncentra, dat er nog volop kansen liggen om die zorg en samenwerking verder te versterken.

Hoofdpijn is een van de meest voorkomende klachten in de huisartsenpraktijk. Het tijdig herkennen van migraine, het toepassen van de NHG-Standaard Hoofdpijn en het goed begeleiden van patiënten in hun behandeltraject zijn daarbij essentieel. Veel huisartsen leveren al waardevolle zorg, maar er zijn kansen voor verdere verbetering. Denk aan het structureel evalueren van behandelingen, het bieden van helder verwachtingsmanagement bij behandelingen en verwijzingen, en het versterken van de samenwerking met de tweedelijn. Juist die samenwerking wordt krachtiger wanneer er wederzijds inzicht is in elkaars werkwijze en mogelijkheden.

Met dit drieluik willen we praktische handvatten bieden om de hoofdpijnzorg verder te optimaliseren, met als doel een prettige en effectieve samenwerking rondom patiënten met migraine te bevorderen. Elk artikel staat op zichzelf, maar samen vormen ze een logisch geheel. In dit eerste artikel richten we ons op het verbeteren van diagnostiek en behandeling. De vervolgartikelen gaan in op het managen van patiënten verwachtingen binnen de huisartsenpraktijk, en op de doorverwijscriteria en de rol van hoofdpijncentra. Elk artikel sluit af met concrete take-aways voor de dagelijkse praktijk.

Diagnose: samen zoeken naar het juiste patroon

Quote

“Hierbij verwijs ik Dhr. V. vanwege hoofdpijnklachten die sinds enkele maanden bestaan. Ik kan ze niet goed duiden (niet migraineus, geen spanningshoofdpijn). Graag uw oordeel en advies.”

Praktijkvoorbeeld van een verwijzing

Het herkennen van migraine begint bij een zorgvuldige anamnese, gebaseerd op de ICHD-3 criteria. Belangrijk is niet alleen om te kijken naar de kenmerken van de hoofdpijnfase, maar ook aandacht te besteden aan de minder bekende prodromale en postdromale fasen. Vroege signalen zoals vermoeidheid, stemmingswisselingen of een verhoogde gevoeligheid voor licht en geluid kunnen waardevolle aanwijzingen geven om migraine tijdig te diagnosticeren en patiënten beter te begeleiden.

De kern van een goede diagnose ligt in patroonherkenning, wat complex kan zijn, zeker wanneer migraine samengaat met andere vormen van hoofdpijn, zoals spanningshoofdpijn of medicatieovergebruikshoofdpijn. Een hoofdpijndagboek, waarin duur, lokalisatie, karakter van de pijn en in het medicatiegebruik worden bijgehouden, is hierbij een zeer bruikbaar hulpmiddel. Migraine is vaak unilateraal en bonzend, terwijl spanningshoofdpijn meestal bilateraal en drukkend is. Misselijkheid, fotofobie en fonofobie kunnen aanvullende aanwijzingen geven. Aandacht voor alarmsignalen blijft essentieel, bijvoorbeeld bij nieuwe hoofdpijn boven de leeftijd van 50 jaar of bij neurologische uitvalsverschijnselen.

Behandeling: optimaal inzetten op aanvals- en preventieve therapie

Wil je dit artikel verder lezen?

Vanwege wet- en regelgeving zijn veel artikelen exclusief voor medische specialisten met de bevoegdheid tot voorschrijven. Voor verpleegkundigen zonder deze bevoegdheid is een beperkt deel toegankelijk.

Ik wil toegang tot exclusieve artikelen

Ik ben al lid en wil inloggen